Tillen

Algemeen

Tillen op het werk kan schadelijke gevolgen hebben voor de gezondheid van werknemers. Als een werknemer met zijn handen een zwaar voorwerp van de vloer tilt, leveren de spieren aan de achterkant van het lichaam de kracht. Als die spieren overbelast worden, krijgt het lichaam het zwaar te verduren.

Beoogd effect

Vermindering van de lichamelijke belasting door tillen.

Maatregelen op organisatieniveau

Bouwkundige aanpassingen

Maatregel 1.1.: Voer risicoinventarisatie en -evaluatie (RI&E) uit

Maatregelen dienen vaak genomen te worden op locatieniveau. Een Risico-inventarisatie en -evaluatie is daarom van belang. Uit deze Risico-inventarisatie en -evaluatie volgt een plan van aanpak met aanpassingen. Een risico-inventarisatie en -evaluatie wordt uitgevoerd door de werkgever.

Maatregel 1.2.: Veranker magazijnstellingen

Om te voorkomen dat er naast het tillen ongelukken gebeuren wordt geadviseerd magazijnstellingen te verankeren.

Inkooptechnische aanpassingen

Maatregel 1.3.: Maak afspraken over kleinere verpakkingen

Laat inkopers, waar mogelijk, afspraken maken met leveranciers over het aanleveren van kleinere verpakkingen (bijvoorbeeld 4-packs i.p.v. 6-packs).

Logistiek

Maatregel 1.4.: Maak afspraken om rolcontainers tot maximaal 1.80 meter te beladen

Laat inkopers afspraken maken met de leveranciers over de aanlevering van de rolcontainers. Spreek af dat de zware producten niet bovenaan staan en dat de rolcontainer niet hoger wordt geladen dan 1.80 meter. Ook kan worden geregeld dat alles wat boven de 1.80 meter wordt geladen door de leverancier wordt uitgeladen.

Maatregel 1.5.: Stel transportmiddelen beschikbaar

Voor het transport van goederen en voorzieningen naar en in de (koffie)keuken worden verschillende soorten wagens gebruikt. Zorg als werkgever dat transportmiddelen beschikbaar zijn.

Persoonlijke beschermingsmiddelen

Maatregel 1.6.: Draag juiste schoenen

De werknemer moet geschikte schoenen dragen. Dit houdt in dat de schoen een profiel in de zool heeft en niet glad is en dat de schoen dicht en stevig is.

Maatregelen op techniekniveau door werkgever (hulpmiddelen)

Maatregel 1.7.: Gebruik een hulpmiddel

De werknemer kiest de juiste wagen voor de beoogde toepassing. Niet op iedere locatie zijn alle hulpmiddelen voorhanden. Voorbeelden van hulpmiddelen die aanwezig kunnen zijn:

  1. Rolcontainers: deze worden gebruikt bij het aan- en afvoer van goederen. Rolcontainers dienen niet in de bereidingsruimte gebruikt te worden.
  2. Serveerwagens: deze zijn bij voorkeur voorzien van twee zwenkwielen en twee bok (vaste) wielen. Serveerwagens worden gebruikt voor het rondbrengen van drank en voeding.
  3. Lowerators of stapelautomaten (verrijdbaar): verrijdbare lowerators of stapelautomaten zijn handig voor opslag van bladen, borden en korven, vooral omdat ze ook geschikt zijn voor de uitgifte ervan.
  4. Regaalwagens: regaalwagens (wagens waarin opgemaakte borden of dienbladen geplaatst kunnen worden) kosten geen werkbladruimte en maken het transport van bereide gerechten naar de counter of koelcel gemakkelijk. Daarnaast bestaan er wagens om ingezamelde vaat in op te slaan.
  5. Steekwagen: voor het verplaatsen van zware goederen die op de grond of pallet staan kan een steekwagen een uitkomst bieden. Zorg ervoor dat de wagen niet te vol geladen wordt en topzwaar raakt.
  6. Koffiewagens: een bijzonder soort wagen is de koffiewagen. Het kan variëren van een gewone wagen met daarop een koffiecontainer en wat kopjes, tot een speciaal voor koffie gebouwde verrijdbare automaat. Hier wordt ingegaan op de lichamelijke belasting tijdens het laden en lossen van de wagen en het duwen en trekken aan de wagen tijdens de ronde. Daarnaast wordt stil gestaan bij het lopen van de ronde zelf.
  7. Transportkarren met elektromotor: door de elektrische aandrijving is de transportwagen met twee vingers te sturen, ook over tapijt. Door een kar aan te schaffen met een speciale wielopstelling draait de wagen extra kort. De wagen heeft CE-markering.

Maatregelen voor de medewerker

Maatregel 1.8.: Gebruik de juiste tiltechniek

Let op de houding bij het tillen. Houd de last dicht bij het lichaam, verdeel het gewicht en houd de schouders laag.

Maatregel 1.9.: Gebruik rollend materiaal

Gebruik zo veel mogelijk rollend materiaal om voorwerpen te verplaatsen. Let op dat rollend materiaal wordt voortbewogen met behulp van wielen. Zorg ervoor dat lichaamsdelen en kleding niet bekneld raken in de draaiende wielen.

Maatregel 1.10.: Zorg voor een goede indeling van de opslagruimten

Gebruik onderstaande regels voor een goede indeling van de opslagruimten:

  1. Hoge omloopsnelheid en hoog gewicht: plaats schappen zo hoog dat het artikel op heuphoogte te pakken is. Het moet niet nodig zijn door de knieën te gaan (aangrijppunt tussen 90-110 cm vanaf de vloer).
  2. Lage omloopsnelheid en hoog gewicht: plaats schappen zo hoog dat het artikel te pakken is tussen knie- en heuphoogte (aangrijppunt tussen 50-110 cm vanaf de vloer).
  3. Hoge omloopsnelheid en laag gewicht: plaats schappen zo hoog dat het artikel zonder bukken of gebruik van een trap te grijpen is (aangrijppunt tussen 75-170 cm vanaf de vloer).
  4. Lage omloopsnelheid en laag gewicht: deze artikelen lenen zich goed voor een plaats hoger dan de schouders, mits hierin geen gevaar schuilt. Glazen potten bijvoorbeeld zijn hiervoor ongeschikt. Voor het pakken van de artikelen kan een trap worden gebruikt. De onderste schappen komen ook in aanmerking voor lichte artikelen die zelden worden gebruikt.

Dit artikel hoort bij de volgende categorieën:

Ook interessant: