Arbocatalogus Ongewenst gedrag

Inleiding
Ongewenst gedrag komt overal voor waar mensen met of voor elkaar werken. Er is sprake van ongewenst gedrag als medewerkers last hebben van pesten, agressie of intimidatie, seksuele intimidatie of discriminatie. Ongeveer één op de vier medewerkers heeft jaarlijks last van een van de vormen van ongewenst gedrag. Ongewenst gedrag kan veroorzaakt worden door collega’s, leidinggevenden, opdrachtgevers, klanten, bezoekers of patiënten/bewoners. Ongewenst gedrag door collega’s en leidinggevenden is een van de belangrijkste redenen voor verzuim. Autonomie en sociale steun zijn belangrijke buffers. In de contractcateringbranche is de trend zichtbaar dat de taakeisen toenemen en de autonomie en keuzevrijheid afnemen.

Hoe kijkt de inspectie SZW?
De inspectie SZW maakt onderscheid tussen intern ongewenst gedrag (collega’s en leidinggevenden) en ongewenst gedrag van derden (klanten, bezoekers, bewoners etc.).

Medewerkers in de catering werken vaak langdurig bij andere bedrijven, waardoor intern en extern door elkaar loopt.

Bij intern ongewenst gedrag gaat de inspectie ervanuit dat er altijd een risico is op ongewenst gedrag, omdat er interacties zijn tussen mensen.

Bij extern ongewenst gedrag verwacht de inspectie dat voor de beoordeling van het risico nader gekeken wordt hoe de situatie is. Is er contact met derden, bij welke momenten en taken kan ongewenst gedrag met name voorkomen, hoe ziet de werkplek eruit, wat voor voorzieningen zijn er?

Bekijk daarom per locatie hoe de situatie is. Deze arbocatalogus Ongewenst gedrag geeft daar handvatten voor.

Ook interessant: